Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep terecht is ingediend.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister af om het beroep aan te houden, omdat dit de minister de prikkel zou ontnemen om voortvarend te beslissen. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000, en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 24 april 2025.