ECLI:NL:RBDHA:2025:7483
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken schriftelijke machtiging bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning als zelfstandige aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 15 maart 2024 is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet was ondertekend door een gemachtigde met een schriftelijke machtiging. Ondanks een herstelverzuimbrief werd deze machtiging niet alsnog overgelegd.
Verzoeker stelde in beroep dat de schriftelijke machtiging wel was ingediend maar verloren was geraakt binnen de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Hij overlegde een kopie van een machtiging, maar verweerder kon aantonen dat deze niet was ontvangen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de wettelijke voorwaarden niet waren vervuld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verzoeker krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 21 maart 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging bij het bezwaar.