ECLI:NL:RBDHA:2025:7574

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
6 mei 2025
Zaaknummer
NL25.17944
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Emaus - Visschers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:3 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen kennisgeving leeftijdswijziging in asielprocedure

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin bezwaar tegen een kennisgeving van gewijzigde geboortedatum kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser wil als minderjarige worden geregistreerd om tijdens zijn asielprocedure bijzondere waarborgen te genieten. De minister had de geboortedatum aangepast naar 2005 op basis van schouwonderzoeken die uitwezen dat eiser evident meerderjarig is, ondanks dat hij zelf 2007 als geboortedatum had opgegeven.

De rechtbank oordeelt dat de kennisgeving van de leeftijdswijziging een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar geen appellabel besluit waartegen beroep openstaat, tenzij de vreemdeling rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit bevestigd in een uitspraak van 18 december 2024. Omdat eiser geen identificerende documenten bezit en twee schouwen meerderjarigheid bevestigen, is het niet aannemelijk dat hem ten onrechte waarborgen worden onthouden.

Eiser kan tegen de vastgestelde leeftijd opkomen bij het besluit op zijn asielaanvraag, dat nog moet volgen. Indien hij dan wordt erkend als minderjarige, zal de minister het asielbesluit opnieuw moeten nemen met inachtneming van die status. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving van leeftijdswijziging wordt ongegrond verklaard omdat deze kennisgeving geen appellabel besluit is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17944

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M. Pals),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 26 maart 2025 (het bestreden besluit). De minister heeft het bezwaar van eiser tegen de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
4. Eiser heeft op 5 september 2023 een asielaanvraag ingediend en daarbij verklaard dat hij is geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eiser is niet in het bezit van identificerende documenten. Eiser is met toepassing van de werkinstructie 2023/6 geschouwd door zowel de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel als de gehoormedewerker van de IND. De conclusie bij beide schouwen is dat eiser evident meerderjarig is. De minister heeft eiser daarom de geboortedatum [geboortedatum 2] 2005 toegekend. Na het aanmeldgehoor heeft de minister een (Dublin)onderzoek in Italië opgestart. Uit dit onderzoek is gebleken dat eiser in Italië met de geboortedatum [geboortedatum 1] 2000 geregistreerd staat. De Italiaanse autoriteiten hebben de minister laten weten dat de registratie niet op basis van documenten heeft plaatsgevonden, dat geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden, dat geen familieleden in Italië aanwezig zijn en dat geen informatie beschikbaar is over familieleden of andere zorgverleners buiten het Dublin gebied. De minister houdt daarom de geboortedatum aan die na de schouw is vastgesteld. De minister heeft bij kennisgeving gewijzigde leeftijdsgegevens van 8 september 2023 de geboortedatum van eiser gewijzigd naar deze datum, [geboortedatum 2] 2005. Onder ‘oude gegevens’ staat op de kennisgeving vermeld de geboortedatum [geboortedatum 2] 2007. Eiser heeft op 29 november 2024, toen zijn gemachtigde bekend werd met de kennisgeving, bezwaar gemaakt tegen de leeftijdswijziging door de minister. Bij het bestreden besluit heeft de minister dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het aanpassen van de leeftijd geen handeling is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De minister heeft daarbij overwogen dat het ‘discussiepunt omtrent de geboortedatum’ van eiser inhoudelijk nog wel wordt meegenomen bij de beoordeling van de asielaanvraag van eiser.
4.1.
Dit beroep is één van drie beroepen waarmee eiser probeert, nog voordat op 8 mei 2025 zijn nader gehoor plaatsvindt, als minderjarige te worden geregistreerd omdat hij bij zijn nader gehoor als minderjarige wil worden behandeld. Hij wil dat de minister uitgaat van de geboortedatum zoals op de kennisgeving vermeld onder ‘oude gegevens’, namelijk [geboortedatum 2] 2007. Eiser heeft, naast dit beroep, ook beroep ingesteld tegen het besluit van het COa om hem niet in de minderjarigenopvang op te nemen (zaaknummer AWB 25/194) en tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op zijn verzoek om als minderjarige te worden geregistreerd (zaaknummer NL25.423).
Is er sprake van een appellabel besluit waartegen eiser beroep heeft kunnen instellen?
5. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. De kennisgeving is volgens eiser een besluit dat gericht is op rechtsgevolgen en appellabel is. Hij wijst op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 26 september 2024. [2] Eiser is daarnaast rechtstreeks in zijn belang getroffen, omdat hij er bijzonder belang bij heeft om tijdens zijn asielprocedure, met name tijdens het gehoor en de beoordeling van zijn asielaanvraag als minderjarige te worden behandeld zodat bijzondere waarborgen van toepassing zijn. Eiser wordt op 8 mei 2025 gehoord en het is van belang om de leeftijd vast te stellen voordat een besluit op het asielverzoek wordt genomen. Eiser wijst hierbij op het arrest Darboe en Camara van het EHRM. [3] Als eiser de onjuistheid van de wijziging van de geboortedatum pas in een beroep tegen de beslissing op zijn asielaanvraag aan de orde kan stellen, is geen sprake van een effectief rechtsmiddel. Eiser is dan immers al gehoord en dan is het te laat voor een kindvriendelijk gehoor en overige speciale waarborgen. Eiser wijst in dat verband op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem van 13 maart 2025. [4]
5.1.
Bij uitspraak van 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, maar geen appellabel besluit in de zin van artikel 6:3, van de Awb. [5] De kennisgeving is namelijk een beslissing ter voorbereiding op het besluit van de asielaanvraag. Daarom staat tegen de kennisgeving geen beroep open, tenzij de vreemdeling door de kennisgeving rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen. De rechtbank is daarom van oordeel dat in de onderhavige zaak geen beroep openstaat tegen de kennisgeving wijziging leeftijdsgegevens van
8 september 2023. De door eiser aangehaalde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond maakt dit niet anders, omdat deze dateert van vóór de Afdelingsuitspraak.
5.2.
Dit betekent dat eiser kan opkomen tegen de vastgestelde leeftijd als eenmaal een besluit op zijn asielaanvraag is genomen. Tegen dit besluit kan eiser in beroep en hoger beroep opkomen, ook als de asielaanvraag is ingewilligd en eiser alleen wenst op te komen tegen de vastgestelde leeftijd. [6] Als eiser dan gevolgd wordt in zijn gestelde minderjarigheid, zal de minister opnieuw een besluit op de asielaanvraag moeten voorbereiden en nemen, waarbij hij rekening zal moeten houden met de minderjarigheid van eiser. De rechtbank wijst er ten overvloede nog op dat in dit geval eiser geen identificerende documenten bezit en bij twee leeftijdsschouwen evident meerderjarig is bevonden, zodat het niet aannemelijk is dat hem ten onrechte waarborgen worden onthouden. Daarnaast zou eiser, uitgaande van de geboortedatum die hij bij zijn asielaanvraag heeft opgegeven ([geboortedatum 1] 2007), reeds meerderjarig zijn. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem maakt dit oordeel niet anders.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus - Visschers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Berendsen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Eiser wijst ter onderbouwing op EHRM 21 juli 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:0721JUD000579717 (
5.ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5256.
6.Zie 5.2.