Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verzet tegen een eerdere uitspraak van 12 november 2024 waarin het beroep van geopposeerde tegen niet tijdig beslissen op zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel werd gegrond verklaard. De rechtbank had toen zonder zitting geoordeeld dat de uitkomst zonder twijfel vaststond, omdat geopposeerde onder het besluitmoratorium viel dat de beslistermijn verlengt.
Opposant maakte in het verzet bezwaar tegen deze afdoening zonder zitting, stellende dat geopposeerde onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) valt en niet onder het besluitmoratorium. Dit zou betekenen dat de beslistermijn nog niet was aangevangen en het beroep niet-ontvankelijk was.
De rechtbank oordeelt dat er in het dossier aanwijzingen zijn dat geopposeerde onder de RTB valt, en dat de eerdere rechtbank ten onrechte deze stukken niet heeft betrokken. Hierdoor was er wel degelijk twijfel over de uitkomst en had een zitting moeten plaatsvinden.
Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de zaak wordt op een zitting verder behandeld. Dit betekent niet dat opposant reeds gelijk krijgt; de inhoudelijke beoordeling volgt later.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 14 april 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt; de zaak wordt op een zitting verder behandeld.