ECLI:NL:RBDHA:2025:7747
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen en mishandeling
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, diende op 7 november 2023 een asielaanvraag in vanwege bedreigingen en afpersing door een gewapende groepering en mishandeling door haar ex-partner. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 4 februari 2025 af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van deze motieven.
De rechtbank behandelde het beroep op 18 maart 2025. Eiseres voerde aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling te strikt was en dat het niet doen van aangifte begrijpelijk was vanwege het hoge straffeloosheidspercentage in Colombia. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder de ongeloofwaardigheid deugdelijk had gemotiveerd, onder meer omdat eiseres haar aanvraag niet snel indiende, geen documenten overlegd had en haar verklaringen niet samenhangend waren.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk bedreigd werd door de gewapende groepering of mishandeld door haar ex-partner. Ook de stelling dat het zinloos was om aangifte te doen werd niet overtuigend onderbouwd. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en het beroep ongegrond verklaard.
Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M.A. Vinken en griffier H.S. van Wessel op 31 maart 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.