ECLI:NL:RBDHA:2025:7749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublin-beschikking wegens medische problematiek
Verzoeker diende op 12 september 2024 een asielaanvraag in die door de minister op 24 januari 2025 werd afgewezen wegens verantwoordelijkheid van Duitsland voor de inhoudelijke behandeling (Dublinprocedure).
Tijdens de beroepsprocedure over de afwijzing heeft verzoeker medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij zich in een klinische opname bevindt, waardoor overdracht naar Duitsland niet mogelijk is. De minister heeft daarop een Bureau Medische Advisering (BMA) advies aangevraagd en het bestreden besluit op 17 april 2025 ingetrokken.
Verzoeker trok vervolgens zijn beroepschrift in en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat de medische problematiek pas na het bestreden besluit met stukken is onderbouwd en dat de minister het besluit niet op grond van erkenning van onrechtmatigheid heeft herzien, maar vanwege nieuwe feiten en omstandigheden.
Daarom is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb en wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma op 6 mei 2025 te Groningen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door de minister.