ECLI:NL:RBDHA:2025:7825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Hazara sji’itisch moslim wegens onvoldoende risico op vervolging in Afghanistan
Eiser, een Hazara behorende tot de sji’itische moslimgroep, diende een asielaanvraag in Nederland in augustus 2023 in. Hij stelde dat hij vanwege zijn etnische en religieuze achtergrond en zijn verblijf in het buitenland bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico op ernstige schade loopt, met name door de machtspositie van de Taliban. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende individuele onderbouwing van het risico.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk vervolgd zal worden of in de negatieve belangstelling staat. Zijn verklaringen over het vertrek uit Afghanistan waren algemeen en niet toegespitst op persoonlijke bedreigingen. Ook het verblijf in het Westen en zijn westerse gedragingen werden niet als voldoende grond gezien om bescherming toe te kennen.
De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat terugkeer vanuit het Westen op zichzelf geen reëel risico op ernstige schade oplevert zonder concrete individuele omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd.