Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] eiser
de minister van Buitenlandse Zaken
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een visum kort verblijf om familie te bezoeken. De minister weigerde de visa omdat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij het Schengengebied tijdig zouden verlaten, mede vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Qatar.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht twijfelde aan de economische binding, omdat geen duurzaam arbeidscontract was overgelegd bij de aanvraagfase en de sociale binding onvoldoende was onderbouwd. Wel stelde de rechtbank vast dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de voorgeschiedenis van eerdere visumverstrekking was betrokken bij de beoordeling, wat in strijd is met de Awb.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de minister dit gebrek heeft hersteld. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.