ECLI:NL:RBDHA:2025:7860

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
7 mei 2025
Zaaknummer
NL25.17166 en AWB25/8494
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 VwopArt. 10 Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005Art. 11 Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel wegens agressief gedrag

De rechtbank Den Haag heeft op 2 mei 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser, een Syrische asielzoeker, beroep instelde tegen een plaatsingsbesluit van het COa en een vrijheidsbeperkende maatregel van de minister. Het COa had besloten eiser in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te plaatsen vanwege een reeks incidenten met agressief en bedreigend gedrag, waaronder vernieling van eigendommen en verbale bedreigingen.

Eiser betwistte de ernst van het incident en ontkende de bedreigingen, stellende dat het slechts om algemeen schelden ging en dat het vernielen beperkt was tot een plastic bank. Daarnaast voerde hij aan dat de maatregel onevenredig was vanwege zijn werk en de mogelijke gevolgen voor zijn arbeidscontract.

De rechtbank oordeelde dat het COa voldoende gemotiveerd had gehandeld en dat de verslaglegging betrouwbaar was. Het incident werd terecht als ernstig gekwalificeerd, mede gezien eerdere agressie- en geweldsincidenten. De belangen van eiser wogen niet zwaar genoeg om af te zien van de maatregel, vooral omdat hij geen melding van zijn werk had gemaakt voorafgaand aan het besluit en hij eerder al kansen had gekregen om zijn gedrag te verbeteren.

De beroepen werden ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding in proceskosten. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.

Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.17166 en AWB25/8494
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2025 in de zaken tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, het COa,

evenals

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen. Het eerste beroep van eiser is gericht tegen het besluit van het COa van 24 maart 2025. In dat besluit heeft het COa besloten om eiser vanaf 24 maart 2025 in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit). [1] Het tweede beroep van eiser is gericht tegen het besluit van de minister van dezelfde datum om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van Pro de Vw [2] op te leggen.
1.1.
De rechtbank heeft de beroepen op 2 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en ook geen vergoeding in de proceskosten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Uit de verslaglegging van het COa blijkt - kort samengevat - het volgende. Eiser is betrokken geweest bij een reeks incidenten. Eiser heeft een promotietoren van Trigion kapot geslagen met zijn vuist, hij heeft schreeuwend in het Arabisch bedreigingen geuit richting een beveiliger. Eiser heeft volgens het COa gezegd: “Fack COA, you're one of COA you will see, I will wait for you and I’m gonna hit you”. Eiser heeft vervolgens een bank gepakt die in de wachtruimte staat en door de hal gegooid. De plastic bank brak hierdoor in meerdere stukken. Tijdens deze gebeurtenis stonden er vijf medebewoners in de hal. Vervolgens arriveerden meerdere medewerkers van het COa en uitte eiser opnieuw bedreigingen richting de medewerkers. Eiser heeft volgens het COa gezegd: “I’m gonna fack the mum of the GZA en fack COA”. Eiser keerde hierna terug bij de receptie en begon te slaan op muren, de wachtbank en de promotietoren van Trigion. Het COa heeft de gedraging van eiser gekwalificeerd als een gedraging met een grote impact. Er is volgens het COa sprake van herhaaldelijk geuite verbale bedreigingen en opzettelijk vernielen van COa eigendommen. Het COa heeft verder in het plaatsingsbesluit overwogen dat eerdere maatregelen geen effect hebben gehad op verbetering van het gedrag van eiser en dat eiser blijft volharden in overlastgevend gedrag. Het COa heeft daarom een HTL plaatsing noodzakelijk geacht.
Standpunten eiser
4. U zegt dat u alleen een plastic bank heeft vernield en geen personen heeft aangevallen. U heeft geen personen bedreigd en u heeft ook de woorden die het COa noemt niet gebruikt. Er was alleen sprake van algemeen schelden.
4.1.
Omdat er volgens u alleen sprake is van de vernieling van een bank en algemeen schelden heeft het incident – zo zegt u – geen grote impact. De kwalificatie van het incident is daarmee onjuist. Het gedrag van eiser is niet ernstig genoeg om een HTL-plaatsing te rechtvaardigen.
4.2.
U stelt tenslotte dat u met de HTL-plaatsing onevenredig zwaar wordt bestraft. U heeft werk en u loopt het risico dat uw arbeidscontract wordt ontbonden of niet wordt verlengd. Ter onderbouwing heeft u twee arbeidsovereenkomsten en een salarisspecificatie overgelegd.
Oordeel rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd heeft besloten, dat u in de HTL kan worden geplaatst.
6. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het incident zoals dat beschreven is zich heeft voorgedaan. Dit incident is terecht door het COa gezien als een incident met grote impact. Er is immers sprake van opzettelijke vernieling en gedrag met als doel de ander te kleineren of te bedreigen.
7. Nu het gaat om een gedraging met grote impact moeten er wel meerdere incidenten aan ten grondslag liggen. Gelet op de stukken is dit niet het eerste incident waar u bij betrokken bent geraakt. De stukken maken melding van verschillende agressie- en geweldsincidenten.
8. Gelet op uw gedrag, het feit dat dat gedrag niet verandert, de impact van de incidenten en de gevolgen voor de (gevoelde) veiligheid op de AZC locatie is een plaatsing in de HTL passend en geboden.
8.1.
Dan de vraag of de belangen van u hadden moeten leiden tot het afzien van de plaatsing. De rechtbank is van oordeel dat daarvoor geen aanleiding bestaat. Allereerst is daarbij van belang dat u voorafgaand aan het opleggen van de maatregel geen melding heeft gemaakt van uw werk, zodat het COa dat ook niet heeft kunnen betrekken bij het nemen van het besluit. Maar ook als het werk wel wordt betrokken, dan leidt dat niet tot een andere uitkomst. Uw belangen wegen niet zo zwaar als u wilt. U heeft al meerdere kansen gekregen om uw gedrag te verbeteren. Er is al eerder een HTL-plaatsing opgelegd die uiteindelijk is omgezet naar een lichtere maatregel gelet op onder meer uw belangen. Als u dan toch uw gedrag niet verbetert en betrokken blijft bij incidenten, dan komen de gevolgen van een plaatsing in de HTL voor uw rekening en risico.

Conclusie

9. Dat betekent dus dat u geen gelijk krijgt en dat het COA het besluit tot plaatsing in de HTL mocht nemen en ook de minister de vrijheidsbeperkende maatregel mocht nemen. U krijgt dus ook geen schadevergoeding.
Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2025 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier.
de griffier de rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van het proces-verbaal. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
2.Vreemdelingenwet 2000.