ECLI:NL:RBDHA:2025:7932
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor manager ICT
Eiser, een Zuid-Afrikaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) met als doel arbeid in loondienst als manager ICT bij een referent. De minister wees de aanvraag af op basis van een negatief advies van het UWV, dat stelde dat er voldoende prioriteitsgenietend aanbod was, de vacature niet goed was gemeld en de werkgever onvoldoende had gezocht naar kandidaten.
Na een bezwaarprocedure handhaafde de minister het besluit. Eiser voerde aan dat hij en de referent voldoende inspanningen hadden geleverd en dat hij als intellectueel eigenaar van een applicatie de enige geschikte kandidaat was, waardoor het prioriteitsaanbod niet relevant was.
De rechtbank oordeelde dat het negatieve UWV-advies een deskundigenadvies is waarop de minister terecht is afgegaan. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat het advies onzorgvuldig was of dat het tegendeel waar was. De stelling dat eiser de enige geschikte kandidaat zou zijn, leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een GVVA voor arbeid in loondienst.