ECLI:NL:RBDHA:2025:7933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit minister
Verzoeker heeft bij de rechtbank bezwaar gemaakt tegen een uitzettingsbesluit van de minister van Asiel en Migratie van 14 juni 2024. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de uitzetting zou schorsen tot op de beslissing op bezwaar. Nadat de minister het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde verzoeker beroep in tegen deze beslissing.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en de belangen dat rechtvaardigen. Nu het beroep op dezelfde dag als deze uitspraak ongegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen grond om de voorlopige voorziening toe te kennen.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier P.C.J. Lindeijer en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen.