ECLI:NL:RBDHA:2025:794
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke zaak
De rechtbank Den Haag heeft op 10 januari 2025 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op 7 augustus 2024. De rechtbank beoordeelt of deze maatregel sinds het sluiten van het onderzoek op 17 oktober 2024 rechtmatig is gebleven.
Eiser stelde dat de minister een lichter middel had moeten toepassen en dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbrak. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een onttrekkingsrisico en dat geen minder dwingende maatregel dan bewaring doeltreffend zou zijn. Tevens is volgens de rechtbank het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verder vond eiser dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld. De rechtbank stelde vast dat de minister maandelijks vertrekgesprekken voert en regelmatig rappelleert bij de Algerijnse autoriteiten. De minister heeft geen invloed op de snelheid van de afgifte van het laissez-passer en eiser heeft zelf onvoldoende inspanningen verricht om zijn vertrek te bespoedigen.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en wijst het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.