ECLI:NL:RBDHA:2025:8005
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 22 januari 2025 is afgewezen als ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank. Verzoeker heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om de gevolgen van het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.3677), is een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.