ECLI:NL:RBDHA:2025:801
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over zwaar inreisverbod na afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft op 7 juni 2024 asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag werd op 27 september 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond en tegen hem werd een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege vermeende misleiding en een gevaar voor de openbare orde. Eiser betwist het inreisverbod en wijst op zijn uitlevering aan Duitsland en het feit dat hij een kind binnen de EU heeft.
De rechtbank bevestigt dat het inreisverbod niet wordt beïnvloed door het gezinsleven met het kind in het Verenigd Koninkrijk. Verweerder heeft het gevaar voor de openbare orde gemotiveerd met verwijzing naar strafrechtelijke antecedenten, maar heeft nagelaten relevante justitiële documentatie en een overzicht van antecedenten te overleggen.
De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het inreisverbod passend is, vooral gezien het uitleveringsverzoek van Duitsland en de mogelijke onmogelijkheid van terugkeer. Daarom wordt het onderzoek heropend en krijgt verweerder acht weken om de gebreken te herstellen en de motivering aan te vullen. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en geeft de minister acht weken om de motivering van het inreisverbod te herstellen.