ECLI:NL:RBDHA:2025:8029

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2025
Publicatiedatum
8 mei 2025
Zaaknummer
NL24.34425
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak dwangsom in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht

De rechtbank Den Haag heeft op 8 mei 2025 een hersteluitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoekster en de Minister van Asiel en Migratie. De hersteluitspraak betreft een kennelijke misslag in het dictum van de uitspraak van 19 december 2024. In het oorspronkelijke dictum was abusievelijk een lagere dwangsom vermeld dan in de overwegingen en conclusie was vastgesteld.

De rechtbank heeft het dictum aangepast zodat de dwangsom correct is vastgesteld op vijftienduizend euro, in plaats van zevenduizendvijfhonderd euro. Daarnaast bevestigt de rechtbank de eerdere beslissingen, waaronder het gegrond verklaren van het beroep, het vernietigen van het niet tijdig genomen besluit, en het opleggen van een dwangsom van honderd euro per dag met een maximum van vijftienduizend euro.

Verder veroordeelt de rechtbank de Minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De rechtbank herstelt het dictum door de dwangsom vast te stellen op vijftienduizend euro en bevestigt eerdere beslissingen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34425

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Akkaya),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Overwegingen

Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van verzoekster van 14 maart 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 19 december 2024 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op het dictum van de uitspraak. In het dictum is abusievelijk opgenomen dat de uitgeschreven hoogte van de dwangsom zevenduizendvijfhonderd euro bedraagt, terwijl uit de overwegingen en de conclusie in de uitspraak volgt dat dit vijftienduizend euro is. De rechtbank zal daarom de beslissing als volgt aanpassen.

Beslissing

De rechtbank verbetert haar uitspraak van 19 december 2024 met zaaknummer NL24.34425 door in het dictum op te nemen dat de hoogte van de dwangsom vijftienduizend euro bedraagt.
Het dictum in de uitspraak van 19 december 2024 komt daarmee als volgt te luiden:
De rechtbank:
 verklaart het beroep gegrond;
 vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
 draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken. Indien binnen die termijn wordt besloten dat nader onderzoek moet plaatsvinden en dat aan eiseres schriftelijk is meegedeeld, dan moet het besluit binnen twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak bekend worden gemaakt;
 bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 (honderd euro) moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000 (vijftienduizend euro);
 veroordeelt verweerder tot betaling aan eiseres van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen ter hoogte van € 1.442 (veertienhonderdtweeënveertig euro);
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
Deze uitspraak is gedaan op 8 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.