ECLI:NL:RBDHA:2024:21843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging asielvergunning
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- en gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 25 juli 2024 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 29 juli 2024 en het verstrijken van de wettelijke termijn, is het beroep op 3 september 2024 tijdig ingediend en kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier A.S.J.I. Hendrickx en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.