Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De asielzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 31 december 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Letland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Gelet op de onverwijlde spoed en de uiterste overdrachtstermijn van 27 februari 2025, is het belang van de asielzoeker om in Nederland op het beroep te wachten zwaarder dan het belang van de minister om de overdracht uit te voeren.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en is het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van € 907 voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de asielzoeker niet wordt overgedragen totdat op het beroep is beslist.