ECLI:NL:RBDHA:2025:8082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens motiveringsgebrek maar rechtsgevolgen blijven in stand
De minister van Asiel en Migratie legde aan eiser op 31 december 2024 een terugkeerbesluit op omdat hij zich niet aan de verplichtingen van de Vreemdelingenwet 2000 hield en verdacht werd van winkeldiefstal. Eiser betoogde dat het besluit een motiveringsgebrek bevatte en dat het evenredigheidsbeginsel niet was toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit inderdaad een motiveringsgebrek had omdat niet was toegelicht van welke strafbare feiten eiser verdacht werd en waarom deze voldoende ernstig waren. Dit betekende dat het beroep gegrond was en het besluit vernietigd werd.
Echter, de minister had in het verweerschrift en tijdens de zitting op 17 maart 2025 de motivering voldoende hersteld door te wijzen op twee winkeldiefstallen, waarvan één waarvoor eiser veroordeeld was en één waarvan hij verdacht werd. De rechtbank vond dat dit voldoende was om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.
Eiser stelde ook dat mogelijk een nieuwe vrije termijn was gaan lopen, maar dit werd verworpen omdat hij dit niet met bewijs had onderbouwd. Ook het betoog dat het evenredigheidsbeginsel niet was toegepast werd verworpen, omdat de minister aannemelijk had gemaakt dat de feiten voldoende ernstig waren en dat het beleid het evenredigheidsbeginsel in acht nam.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van €907 aan eiser en gaf aan dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de minister wordt veroordeeld in proceskosten.