ECLI:NL:RVS:2020:2067
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging rechtmatig verblijf vreemdeling in vrije termijn wegens openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 mei 2016 een terugkeerbesluit genomen tegen een vreemdeling van Albanese nationaliteit, waarbij hij werd opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit omdat onvoldoende was onderzocht of de vreemdeling rechtmatig verbleef binnen de vrije termijn van maximaal 90 dagen en omdat een enkele verdenking van een strafbaar feit onvoldoende was om het verblijf te beëindigen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verwees naar het arrest van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2019:1071), waarin is bepaald dat een verdenking van een ernstig strafbaar feit voldoende kan zijn om het verblijf te beëindigen, mits de verdenking gebaseerd is op objectieve, nauwkeurige en concordante elementen en het evenredigheidsbeginsel wordt gerespecteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een hogere eis stelde aan de beëindiging van het verblijf wegens openbare orde. Het terugkeerbesluit was onvoldoende gemotiveerd, maar de staatssecretaris heeft later alsnog gemotiveerd dat het verblijf in de vrije termijn is geëindigd vanwege verdenking van ernstige strafbare feiten. De Afdeling vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat voldaan was aan de vereisten voor beëindiging verblijf wegens openbare orde.