ECLI:NL:RBDHA:2025:8121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen door de minister van Asiel en Migratie, omdat Nederland Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk en gegrond is. Eisers stelden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan gelden voor Frankrijk vanwege mogelijke tekortkomingen in de opvang en veiligheid, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet met concrete aanwijzingen hebben aangetoond dat zij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De omstandigheden van eisers wijken af van eerdere zaken en er is geen bewijs dat de opvangsituatie in Frankrijk na de Olympische Spelen nog tekortschiet.
Daarom blijft het besluit van de minister in stand en worden de beroepen ongegrond verklaard. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en kan worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen zijn ongegrond en de asielaanvragen zijn terecht niet in behandeling genomen.