Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 20 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 8 april 2025 opgeheven. Eiser stelde op 10 april 2025 beroep in tegen de voortzetting van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de bewaring tussen 2 en 8 april 2025 rechtmatig was. Eiser stelde dat hij rechtmatig verblijf had in Italië, maar onderbouwde dit niet met stukken. Verweerder deed alsnog onderzoek en kreeg later bevestiging van de Italiaanse autoriteiten dat het verblijfsrecht van eiser nog als rechtmatig kon worden beschouwd zolang een verlengingsprocedure liep.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf 7 april 2025 onrechtmatig was omdat verweerder toen op de hoogte was van het verblijfsrecht. Voor de periode daarvoor was geen onrechtmatigheid vastgesteld. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding toe voor twee dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe voor twee dagen onrechtmatige bewaring plus proceskostenvergoeding.