Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 mei 2025 in de zaak tussen
Octrooicentrum Nederland, verweerder
Procesverloop
Global Head AH Patentsbij Boehringer) en dr. [naam 3] (octrooigemachtigde bij Hoffmann Eitle).Van de zijde van OCNL zijn ter zitting verschenen zijn gemachtigden. Verder was aanwezig L.K. Mitzman (tolk).
Beoordeling door de rechtbank
‘Ciclesonide for the treatment of airway disease in horses’(hierna: EP 479 of het octrooi). EP 479 is op 18 december 2013 aangevraagd onder inroeping van de prioriteitsdatum 21 december 2012. Het octrooi is sinds 19 september 2018, de datum van publicatie van het verleningsbesluit in het Europees octrooiblad, van kracht. Het octrooi bevat vijftien conclusies waarmee in wezen het gebruik van de stof ciclesonide voor de behandeling van een luchtwegziekte bij paardachtigen, bij voorkeur paarden, onder bescherming is gesteld.
‘Aservo EquiHaler ciclesonide’, een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik (hierna: de handelsvergunning voor Aservo). Genoemd besluit bevat onder meer de volgende overwegingen:
Santen, ECLI:EU:C:2020:531) (hierna: het arrest Santen), heeft OCNL zich op het standpunt gesteld dat de handelsvergunning voor Aservo niet de eerste vergunning is voor het in de handel brengen van het product ciclesonide als geneesmiddel als bedoeld in artikel 3 onder Pro d van de ABC-verordening [1] . Daartoe heeft OCNL gewezen op de (eerdere) handelsvergunning voor Alvesco.
Pharmacia Italia, ECLI:EU:C:2004:641) (hierna: het arrest Pharmacia) onder meer overwogen dat voor de vraag of sprake is van een eerste handelsvergunning als bedoeld in artikel 3 onder Pro d van de ABC-verordening, geen onderscheid dient te worden gemaakt tussen vergunningen voor humaan dan wel veterinair geneeskundig gebruik.
Neurim, ECLI:EU:C:2012:489) (hierna: het arrest Neurim), volgt dat een eerder verstrekte handelsvergunning voor een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik er niet aan in de weg staat dat een ABC wordt afgegeven voor een andere toepassing (menselijk gebruik) van hetzelfde product waarvoor later een handelsvergunning is afgegeven. Bovendien is het besluit van OCNL om een ABC voor ciclesonide voor diergeneeskundig gebruik te weigeren volgens Boehringer in strijd met het besluit van de Europese Commissie waarmee de handelsvergunning voor Aservo is verstrekt en waarin is overwogen dat ciclesonide als een nieuwe werkzame stof wordt beschouwd.
targeteen andere is (dier in plaats van mens). Niettemin acht de rechtbank duidelijk dat het hiervoor aangeduide onderscheid van bestemming van een product, dat volgens het HvJ in Santen [12] , met verwijzing naar het Pharmacia arrest, waarin het verschil in bestemming de mens of het dier betrof, geen beslissend criterium is voor de afgifte van een ABC. Boehringer leest in de omstandigheid dat het HvJ in de beantwoording van de vraag het woord therapeutisch gebruikt dan ook ten onrechte een aanwijzing dat het HvJ niet volledig van zijn oordeel in Neurim is teruggekomen en daarom een ABC wel zou toelaten in het statistisch weinig voorkomende geval van eerst een vergunning als diergeneesmiddel en later een vergunning als menselijk geneesmiddel. In de overwegingen van het arrest is daarvoor geen enkele aanwijzing te vinden, integendeel de bestemming van het product wordt door het Hof als gezegd juist niet als relevant criterium gekenschetst.
ofgeneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, welke opties elkaar volgens Boehringer uitsluiten, in de ABC-verordening niet wordt gemaakt. Dat een dergelijk onderscheid wel bestaat in de geneesmiddelenregelgeving (onder meer voor de verkrijging van een handelsvergunning) is niet relevant, nu de beoordeling van de vraag of OCNL in het bestreden besluit terecht het standpunt heeft ingenomen dat aan Boehringer geen ABC wordt verleend, uitsluitend op basis van de ABC-verordening dient te geschieden. Boehringer kan om die reden ook niet gevolgd worden in haar betoog dat OCNL, door de afgifte van een ABC te weigeren, in strijd handelt met het hiervoor onder 1.3 genoemde besluit van de Europese Commissie waarmee de handelsvergunning voor Aservo aan Boehringer is verleend. In dat besluit heeft de Europese Commissie onder meer overwogen dat het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik heeft besloten ciclesonide aan te merken als een nieuwe werkzame stof. Die vaststelling – gedaan in het kader van de afgifte van een handelsvergunning voor een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik – laat onverlet dat voor het in de handel brengen van ciclesonide als geneesmiddel voor menselijk gebruik reeds een handelsvergunning was afgegeven. Het is enkel aan OCNL (en dus niet aan de Europese Commissie of het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik) om te beoordelen of de handelsvergunning voor Aservo de eerste handelsvergunning voor het in de handel brengen van het product ciclesonide is als bedoeld in artikel 3 onder Pro d van de ABC-verordening.
acte éclairé(arresten Santen en Pharmacia). De omstandigheid dat in een aantal andere lidstaten wel een ABC voor ciclesonide is verleend op basis van een aanvraag door Boehringer die steunt op de handelsvergunning voor Aservo, maakt dat niet anders. Daar komt bij dat verlenende beslissingen, als daarbij al wordt getoetst op artikel 3, onder c) en d), vaak niet (specifiek) gemotiveerd zijn en, zo is ter zitting door OCNL toegelicht, deels te verklaren zijn door een andere feitelijke en/of juridische situatie in die landen. Bovendien zijn in Duitsland en Frankrijk de parallelle aanvragen van Boehringer door de verlenende instanties geweigerd. De afwijzende beslissing van de directeur général van het Institut national de la propriété industrielle (INPI) is door de Cour d’appel de Paris bij arrest van 17 januari 2025 onder verwijzing naar de arresten Abraxis en Santen van het HvJ in stand gehouden. In Duitsland is de weigering van het Deutsches Patent- und Markenambt aanhangig bij het Bundespatentgericht.