Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoekerV-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Syrische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Frankrijk op grond van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening, omdat hij volgens verweerder ondergedoken was. Verzoeker betwistte dit en stelde dat hij afwezig was vanwege een spoedeisende medische afspraak en dat hij hierover met de overheid had gecommuniceerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet op het aangezegde tijdstip aanwezig was en ook niet op zijn kamer of elders in de opvang werd aangetroffen. De medische situatie was niet spoedeisend, aangezien de afspraak op 14 februari 2025 een onverwacht bezoek betrof en de vervolgafspraak pas op 21 februari was gepland. Verzoeker kon zijn stelling van communicatie hierover niet onderbouwen.
Gelet hierop is de verlenging van de overdrachtstermijn terecht toegepast wegens verwijtbaar niet aanwezig zijn van verzoeker. Het beroep heeft geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wordt afgewezen.