Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Libische nationaliteit, diende op 10 maart 2025 een asielaanvraag in die door de minister op 6 maart 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij vanwege ontvoeringen door milities in Libië vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. Hij voerde aan dat zijn identiteit aannemelijk is gemaakt met een kopie van zijn paspoort en dat foto’s en filmpjes zijn overgelegd ter ondersteuning van zijn verhaal.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt omdat hij geen originele identificerende documenten overlegde en onvoldoende uitleg gaf voor het ontbreken daarvan. De minister mocht de identiteit daarom ongeloofwaardig achten. Daarnaast vond de rechtbank dat de minister terecht geen waarde hechtte aan de foto’s en filmpjes, omdat onduidelijk was wat deze toonden en wanneer ze waren gemaakt. Ook was niet aannemelijk dat de vriend van eiser zijn naam had genoemd bij een militieverhoor.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor hij geen verblijfsvergunning krijgt en Nederland binnen vier weken moet verlaten. De rechtbank wees ook de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser moet Nederland binnen vier weken verlaten.