Eiser werd op 21 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De maatregel werd op 22 april 2025 opgeheven. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode na 14 maart 2025, omdat zij eerder de rechtmatigheid tot dat moment had bevestigd.
Eiser stelde dat de maatregel te laat was omgezet na de ongegrondverklaring van zijn asielberoep op 17 april 2025. Volgens vaste rechtspraak moet een maatregel binnen twee dagen worden omgezet. Verweerder zette de maatregel pas op 22 april 2025 om, waardoor eiser vanaf 20 april tot en met 22 april 2025 onrechtmatig in bewaring zat.
De rechtbank kende daarom een schadevergoeding toe van €100 per dag, totaal €300,-. Voor de periode vóór 20 april 2025 werd de bewaring als rechtmatig beschouwd. Tevens werden de proceskosten van €907,- aan verweerder opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.