ECLI:NL:RBDHA:2025:8325

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2025
Publicatiedatum
13 mei 2025
Zaaknummer
C/09/683566/KG RK 25/511
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in mentorschapszaak

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 18 oktober 2024 uitspraak heeft gedaan in een zaak over het mentorschap van haar vader, waarbij Stichting Veritas als mentor is benoemd.

Zij stelt dat de rechter bevooroordeeld is omdat eerdere beslissingen niet op feiten zijn gebaseerd en klachten over de uitvoering van het mentorschap niet zijn meegenomen. De rechter heeft het verzoek afgewezen en gewezen op het ontbreken van gronden en het feit dat de procedures zijn afgerond.

De rechtbank overweegt dat de wet niet voorziet in wraking na een uitspraak en verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Tevens is gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep tegen de uitspraak. De beslissing is op 12 mei 2025 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak is ingediend.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2025/18
zaak- /rekestnummer: C/09/683566 / KG RK 25/511
Beslissing van 12 mei 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. I.D. Bellaart,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 24 maart 2025;
- de e-mail van verzoekster van 16 april 2025, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 17 april 2025;
- de e-mail van verzoekster van 22 april 2025;
- de e-mail van de rechter van 24 april 2025.
1.2.
Op 28 april 2025 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Het verzoek is gelijktijdig met het wrakingsverzoek van de heer [naam 1] , bekend onder nummer C/09/684091 / KG RK 51/559, behandeld. Zowel verzoeker als de rechter zijn, met bericht van afwezigheid, niet ter zitting verschenen.
Namens Stichting Veritas waren de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] als toehoorders aanwezig.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaken met nummers 11152493 EJ VERZ 24-76867 en 10564138 EJ VERZ 23-76968 waarin verzoekster als belanghebbende is aangemerkt. tussen verzoeker en Stichting Veritas. In deze procedure heeft de kantonrechter op 18 oktober 2024 beslissingen genomen inzake het mentorschap van de heer [naam 1] , vader van verzoeker. Als mentor is benoemd Stichting Veritas. De feitelijke werkzaamheden van de mentor worden door medewerkers van Stichting Veritas uitgevoerd, op dit moment door mevrouw [naam 3] .
2.2.
Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster is van mening dat de rechter bevooroordeeld is. De rechter heeft in eerdere beslissingen van december 2023 en oktober 2024 in bovengenoemde procedures niet gekeken naar de feiten, maar is op de hand van de mentor/Stichting Veritas. De rechter maakt het zich er gemakkelijk vanaf en daarnaast wordt er niets gedaan met de klachten van verzoekster over de uitvoering van het mentorschap die zij in januari 2025 kenbaar heeft gemaakt.
2.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. De rechter stelt dat er geen gronden voor de wraking in het verzoek worden genoemd. Daarnaast gaat het om afgeronde procedures waarin de rechter niet meer gewraakt kan worden. Bovendien had verzoekster (eventueel) in hoger beroep kunnen gaan als zij zich niet kan vinden in de beslissing van de rechter. Ten slotte geeft de rechter aan dat het feit dat zij in het verleden beslissingen heeft genomen waar verzoekster het niet mee eens is, onvoldoende is om aan te nemen dat zij partijdig of bevooroordeeld zou zijn ten aanzien van een toekomstig verzoek.

3.De beoordeling

3.1.
Verzoekster stelt dat de rechter vooringenomen is omdat deze onjuiste beslissingen heeft genomen. De rechter heeft Stichting Veritas als mentor benoemd voor haar vader. Verzoekster heeft meerdere keren klachten ingediend betreffende de uitvoering van het mentorschap door Stichting Veritas, maar deze klachten zijn ongegrond verklaard.
3.2.
Verzoekster heeft het wrakingsverzoek gedaan nadat de rechter (laatstelijk) op 18 oktober 2024 uitspraak heeft gedaan in de zaak tegen Stichting Veritas. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om nadat een uitspraak is gedaan nog wraking te verzoeken. Daarom is het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1.
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om wraking;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoekster;
• Stichting Veritas;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mr. drs. J.C.A.T. Frima, voorzitter, en mrs. M.F. Baaij en L. Kelkensberg, rechters, in tegenwoordigheid van de griffiers S.J.W.M. Luijten en mr. E.M.C. Mulders en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2025.
de griffiers de voorzitter
mr. Mulders is buiten staat om te tekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.