Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Eerder had de rechtbank een termijn van zestien weken gesteld waarbinnen de minister opnieuw moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de eerdere rechterlijke termijnstelling. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak, waarbij rekening is gehouden met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast verbindt de rechtbank een dwangsom van €250 per dag aan het niet tijdig beslissen, met een maximum van €37.500. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp en de aard van het geschil. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 10 april 2025.