Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 15 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet, omdat Frankrijk als lidstaat verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Frankrijk had een Schengenvisum afgegeven aan eiseres en het verzoek tot overname van Nederland geaccepteerd.
Eiseres voerde aan dat terugkeer naar Frankrijk niet mogelijk is vanwege ondermaatse opvang, haar zwangerschap, sikkelcelziekte en vrees voor haar ex-partner en misbruikplegers. Zij verwees naar het AIDA-rapport 2023 en artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de asielaanvraag aan Nederland toe te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het AIDA-rapport en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak toonden geen zodanige structurele tekortkomingen dat overdracht onrechtmatig zou zijn. Ook de medische situatie van eiseres rechtvaardigt geen uitzondering, aangezien Frankrijk vergelijkbare zorg biedt.
De vrees van eiseres voor haar ex-partner en misbruikplegers werd niet als voldoende reden gezien om de overdracht te weigeren. De rechtbank concludeerde dat verweerder het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en wees het beroep af zonder proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inbehandelingneming van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de overdracht aan Frankrijk blijft gehandhaafd.