ECLI:NL:RBDHA:2025:8452

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
NL24.7626
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EGBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging terugkeerbesluit derdelander Oekraïne wegens voortijdige oplegging

De rechtbank Den Haag heeft op 14 mei 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, gedateerd 7 februari 2024.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had in april 2025 geoordeeld dat de minister in 2023 de tijdelijke bescherming van derdelanders die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, eerder mocht beëindigen dan die van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met permanent verblijf. Deze bescherming eindigde op 4 maart 2024, waarna verblijf op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet meer mogelijk was.

De Afdeling oordeelde tevens dat vóór 4 maart 2024 geen terugkeerbesluiten mochten worden opgelegd aan deze derdelanders. De minister had echter vóór die datum een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.

Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €907,-. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7626

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit van de minister van 7 februari 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In uitspraken van 23 april 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) [2] geoordeeld dat de minister in 2023 de tijdelijke bescherming van zogenoemde derdelanders in Nederland die daarvóór een tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, eerder mocht beëindigen dan de tijdelijke bescherming van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met een permanent verblijf. De bescherming van derdelanders in Nederland die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, is geëindigd op 4 maart 2024. Dit betekent dat zij vanaf 4 maart 2024 geen recht hebben op verblijf in Nederland op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [3]
2.1.
In de aangehaalde uitspraken heeft de Afdeling ook geoordeeld dat minister deze derdelanders vóór 4 maart 2024 niet mocht opdragen om de Europese Unie te verlaten door middel van het opleggen van een terugkeerbesluit.
3. In de situatie van eiser heeft de minister vóór 4 maart 2024 een terugkeerbesluit opgelegd. Gelet op het oordeel van de Afdeling in de hiervoor aangehaalde uitspraken is het beroep reeds om die reden gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het terugkeerbesluit wordt vernietigd.
5. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 907,-. [4]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het aan eiser opgelegde terugkeerbesluit van 7 februari 2024;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.