De rechtbank Den Haag heeft op 14 mei 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, gedateerd 7 februari 2024.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had in april 2025 geoordeeld dat de minister in 2023 de tijdelijke bescherming van derdelanders die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, eerder mocht beëindigen dan die van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met permanent verblijf. Deze bescherming eindigde op 4 maart 2024, waarna verblijf op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet meer mogelijk was.
De Afdeling oordeelde tevens dat vóór 4 maart 2024 geen terugkeerbesluiten mochten worden opgelegd aan deze derdelanders. De minister had echter vóór die datum een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €907,-. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.