ECLI:NL:RBDHA:2025:846
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond onterecht wegens veilige landenregeling
Eiser, een Senegalese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van Senegal als veilig land van herkomst. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte Senegal als veilig land van herkomst heeft aangemerkt zonder rekening te houden met uitzonderingen voor bepaalde groepen, zoals christenen en LHBTI’ers. Hierdoor is het besluit tot kennelijke ongegrondheid niet rechtsgeldig. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en wijst de asielaanvraag inhoudelijk af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank bepaalt een vertrektermijn van vier weken en vernietigt het opgelegde inreisverbod omdat de grondslag daarvoor is komen te vervallen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan connexiteit. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, de asielaanvraag inhoudelijk afgewezen, een vertrektermijn van vier weken vastgesteld en het inreisverbod vernietigd.