ECLI:NL:RBDHA:2025:8549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overdracht asielzoeker aan Zwitserland op grond van Dublinverordening bevestigd
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat Spanje verantwoordelijk zou zijn omdat hij via Spanje de EU was binnengekomen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat Zwitserland het terugnameverzoek had aanvaard. Eiser bracht geen concrete aanknopingspunten aan die het tegendeel aannemelijk maakten. Ook het betoog over systeemfouten in Zwitserland en belemmeringen voor rechtsbijstand werd verworpen.
Verder vond de rechtbank dat de minister niet hoefde over te gaan tot het aan zich trekken van de asielaanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland.