ECLI:NL:RBDHA:2025:855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2024 behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was. De rechtbank overweegt dat Nederland op basis van de Dublinverordening een verzoek tot terugname aan Kroatië heeft gedaan, dat door Kroatië is geaccepteerd. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege de slechte omstandigheden in Kroatië en zijn persoonlijke ervaringen, waaronder mishandeling en gebrek aan juridische bijstand.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede op basis van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het ontbreken van voldoende bewijs voor persoonlijke risico's van eiser. Ook het claimakkoord tussen Nederland en Kroatië is rechtsgeldig en garandeert behandeling van de asielaanvraag in Kroatië.
Verder acht de rechtbank de bijzondere omstandigheden van eiser, zoals zijn psychische problemen en familiebanden in Nederland, onvoldoende om de overdracht aan Kroatië als onevenredige hardheid te beschouwen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.