ECLI:NL:RBDHA:2024:16284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling interstatelijk vertrouwensbeginsel bij Dublinoverdracht aan Kroatië
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 21 februari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, waar eiser eerder een asielverzoek indiende. Eiser vreesde na overdracht slachtoffer te worden van pushbacks en wees op tekortkomingen in opvang en opvangomstandigheden in Kroatië.
De rechtbank onderzocht of de minister terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepast, waarbij Kroatië wordt verondersteld zijn internationale verplichtingen na te komen. Uit diverse rapporten blijkt dat pushbacks aan de buitengrenzen van Kroatië plaatsvinden, maar er is onvoldoende bewijs dat deze ook plaatsvinden bij Dublinclaimanten. Ook is vastgesteld dat Dublinclaimanten toegang hebben tot opvang en asielprocedures, ondanks capaciteitsproblemen door verhoogde instroom.
Hoewel er tekortkomingen zijn in de opvangomstandigheden, zijn deze niet structureel en wordt er actief gewerkt aan verbetering. De rechtbank concludeert dat eiser geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU Handvest en artikel 3 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker tegen de Dublinoverdracht aan Kroatië wordt ongegrond verklaard.