Eiser heeft bijstandsuitkeringen aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Delft zijn afgewezen vanwege een onduidelijke financiële situatie. De afwijzing volgt op het ontbreken van verifieerbare bewijsstukken over de besteding van een vermogen van ruim €60.000,- en contante opnames, waaronder gokactiviteiten en betalingen aan familie.
Eiser ontving in 2021 een schadevergoeding van €173.000,- na een auto-ongeluk, waarna zijn bijstand werd beëindigd. Bij nieuwe aanvragen in december 2022 en januari 2023 verzocht verweerder om uitgebreide financiële stukken, waarvan een deel niet of onvoldoende werd aangeleverd. Eiser gaf aan dat contante opnames werden gebruikt voor gokken en afbetalingen, maar leverde geen verifieerbare bewijsstukken.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie en dat de medewerkingsplicht niet oneindig kan worden opgerekt. De schadevergoeding valt niet volledig buiten het vermogen in het kader van de Participatiewet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met behoud van de afwijzing van de bijstandsaanvragen.