ECLI:NL:RBDHA:2025:8571

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
15 mei 2025
Zaaknummer
AWB 25/7966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen plaatsingsbesluit COA in HTL Hoogeveen

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft op 6 maart 2025 besloten verzoeker per 5 maart 2025 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.

De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 9 mei 2025 behandeld in een zitting waar beide partijen aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het beroep tegen het plaatsingsbesluit inmiddels ongegrond is verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Op basis hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het plaatsingsbesluit wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/7966

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 mei 2025 in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Inleiding

1.1.
Het COa heeft op 6 maart 2025 besloten om verzoeker per 5 maart 2025 in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit).
1.2.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is geregistreerd onder zaaknummer AWB 25/7965. Daarop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
1.3.
De rechtbank heeft het verzoek op 9 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn op de rechtbank verschenen. Het COa heeft zich laten vertegenwoordigen daar haar gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht – voor zover hier van belang – kan, indien tegen een besluit beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen dat eist.
3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep met zaaknummer
AWB 25/7965 ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier op 15 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.