ECLI:NL:RBDHA:2025:8639
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens onvoldoende medische toegankelijkheid en niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag
Verzoeker, een vreemdeling met gezondheidsproblemen, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische redenen. Verweerder oordeelde dat noodzakelijke medische zorg in Pakistan beschikbaar is en dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze zorg voor hem feitelijk niet toegankelijk is. Verzoeker betoogde dat hij vanwege financiële beperkingen, gebrek aan sociaal netwerk en verblijf in vreemdelingenbewaring geen toegang tot zorg kan krijgen, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
Daarnaast diende verzoeker een opvolgende asielaanvraag in, die verweerder niet-ontvankelijk verklaarde omdat deze louter was ingediend om de uitzetting te vertragen en geen nieuwe relevante elementen bevatte. Verzoeker stelde dat hij lid is van een politieke partij en daardoor risico loopt op vervolging, maar zijn bewijsvoering werd als onvoldoende en tegenstrijdig beoordeeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting en tegen het 3.1-besluit geen redelijke kans van slagen heeft. De medische situatie rechtvaardigt geen uitstel en de opvolgende asielaanvraag is niet ontvankelijk. Het verzoek wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting en tegen het 3.1-besluit wordt afgewezen.