ECLI:NL:RBDHA:2025:8641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Roemeense verantwoordelijkheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Roemenië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname heeft gedaan dat door Roemenië is aanvaard.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege de slechte opvangomstandigheden in Roemenië, mishandeling en vernedering door Roemeense autoriteiten, en het ontbreken van adequate informatie en juridische hulp. Hij verwees onder meer naar het AIDA-rapport 2023 en eigen ervaringen.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is weerlegd. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in eerdere uitspraken bevestigd dat Nederland mag uitgaan van de naleving van internationale verplichtingen door Roemenië. Eiser heeft onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen geleverd om een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro aan te tonen.
De rechtbank concludeerde dat de persoonlijke omstandigheden van eiser niet leiden tot een onevenredige hardheid die toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro rechtvaardigt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.