ECLI:NL:RBDHA:2025:8669
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 december 2024 waarin werd bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en ging, gezien uitzonderlijke omstandigheden en misbruik van recht binnen een cluster van vergelijkbare zaken, voorbij aan indieningsvereisten. Verzoeker gaf geen expliciete gronden voor de voorlopige voorziening en baseerde zijn beroep slechts summier op het associatierecht tussen de EU en Turkije, zonder onderbouwing.
De rechter concludeerde dat het bezwaar geen kans van slagen heeft en dat verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zijn gronden aan te vullen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot weigering van een reguliere verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.