ECLI:NL:RBDHA:2025:8671
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd om de uitzetting naar Turkije te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar het verzoek wordt geïnterpreteerd als een verzoek tot opschorting van de uitzetting.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en heeft geen aanvullende gronden aangeleverd ondanks de mogelijkheid daartoe. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Het bezwaar tegen het primaire besluit wordt eveneens ongegrond verklaard, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit tot weigering van een reguliere verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.