ECLI:NL:RBDHA:2025:8752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag, rechtbank stelt termijn en dwangsom vast
Eiseres diende op 5 oktober 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na 15 maanden zonder besluit stuurde zij op 24 februari 2025 een ingebrekestelling aan de minister van Asiel en Migratie. Vervolgens stelde zij op 11 maart 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat de minister sinds september 2022 herhaaldelijk de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd. Niettemin is er ook binnen deze verlengde termijn niet beslist, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister het besluit moet nemen en bekendmaken, omdat eiseres nog niet is gehoord. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag vastgesteld, met een maximum van €15.000, voor het geval de minister niet tijdig beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €453,50 voor de behandeling van het beroep. De rechtbank wijst erop dat terugwerkende kracht van de dwangsom niet mogelijk is en dat de termijn redelijk is gelet op de wettelijke bepalingen en de omstandigheden van de zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.