ECLI:NL:RBDHA:2025:8767

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
NL24.33255
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen leeftijdsvaststelling minderjarige asielzoeker uit Eritrea ongegrond verklaard

Eiser, afkomstig uit Eritrea, heeft een asielaanvraag ingediend met de geboortedatum 2009, stellende minderjarig te zijn. Verweerder heeft de asielaanvraag ingewilligd maar de geboortedatum vastgesteld op 2003, gebaseerd op registratie in Italië en nader onderzoek.

Eiser betwist de vastgestelde geboortedatum en overlegt een doopakte als indicatief bewijs, maar deze wordt niet erkend als officieel identificerend document. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de Italiaanse registratie doorslaggevend is, mede omdat eiser geen plausibele verklaring gaf voor de afwijking en geen aanvullende documenten overlegt.

De rechtbank stelt dat er procesbelang is bij betwisting van persoonsgegevens en dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld volgens nationale en unierechtelijke normen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de leeftijdsvaststelling wordt ongegrond verklaard en de geboortedatum 2003 bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.33255

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.P. Duijn),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure ingewilligd.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het beroep richt zich tegen de daarin vermelde geboortedatum van eiser.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2025 op zitting te Breda behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum 1] 2009 en de Ethiopische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 23 augustus 2024 in Nederland een asielaanvraag ingediend.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Verweerder heeft in het bestreden besluit als geboortedatum van eiser [datum 2] 2003 opgenomen. Verweerder gelooft niet dat de geboortedatum van eiser [datum 1] 2009 is. Naar aanleiding van de leeftijdsschouw door zowel de IND [1] als AVIM [2] is twijfel ontstaan over de opgegeven leeftijd van eiser. Er is daarom nader onderzoek gedaan. Daaruit is gebleken dat eiser in Italië geregistreerd is met de geboortedatum [datum 2] 2003 en dat deze geboortedatum is gebaseerd op eisers eigen verklaring. De door eiser overgelegde doopakte is geen officieel en door de Eritrese autoriteiten afgegeven identificerend document.
3. Eiser voert daartegen aan dat verweerder ten onrechte niet uitgaat van zijn opgegeven geboortedatum van [datum 1] 2009. De doopakte die hij heeft overgelegd is een indicatief document en een begin van bewijs. Voor minderjarigen uit Eritrea is het erg moeilijk om aan identificerende documenten te komen. In Italië heeft hij dezelfde geboortedatum opgegeven. Hij heeft daar ook in een opvang voor minderjarigen verbleven. Verweerder mag niet zondermeer uitgaan van de in Italië geregistreerde geboortedatum. Niet gebleken is dat de Italiaanse autoriteiten de leeftijd van eiser zorgvuldig hebben geregistreerd. Eiser heeft in Italië geen documenten overgelegd en daarnaast heeft geen leeftijdsonderzoek plaatsgevonden. Verweerder had daarnaar nader onderzoek moeten verrichten. Eiser beroept zich ter onderbouwing op verschillende uitspraken [3] en artikelen. [4]
4. Verweerder heeft op de beroepsgronden gereageerd met een verweerschrift. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij voldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd welk gewicht er wordt toegekend aan de in Italië geregistreerde geboortedatum. Op grond van de Werkinstructie (WI) 2023/6 en de WI 2025/1 is nader onderzoek in Italië niet noodzakelijk omdat de leeftijdsregistratie in Italië is gebaseerd op verklaringen van eiser. Eiser is in de gelegenheid gesteld een verklaring te geven over de afwijkende registratie in Italië. De verklaringen van eiser zijn onvoldoende om de twijfel weg te nemen. De doopakte is onderzocht door Bureau documenten. Aan de doopakte komt weinig bewijskracht toe en is geen officieel identificerend document afgegeven door de Eritrese autoriteiten. Verweerder gaat daarom uit van de geboortedatum van [datum 2] 2003.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Procesbelang
5. De rechtbank beoordeelt eerst (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep en – in dat verband – of eiser procesbelang heeft, omdat zijn asielaanvraag is ingewilligd. Er bestaat procesbelang bij betwisting van persoonsgegevens en daarmee ook bij betwisting van de geboortedatum. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 17 september 2003 [5] volgt namelijk dat een vreemdeling alleen daadwerkelijk over een verblijfsvergunning beschikt, als deze is verleend op basis van de juiste persoonsgegevens. De leeftijd van eiser kan daarnaast van belang zijn bij een eventueel verzoek om nareis van familieleden. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep is dus ontvankelijk.
De geboortedatum van eiser
6. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 9 oktober 2024 [6] – anders dan voorheen – geoordeeld dat het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen de EU-lidstaten in het Unierecht van fundamenteel belang is, maar dat het niet van toepassing is als verweerder bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling de leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat betrekt. Verweerder mag dus niet zonder meer uitgaan van de juistheid van de geregistreerde leeftijd van eiser in Italië. Dit betekent niet dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. De leeftijd van een vreemdeling zal moeten worden beoordeeld met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht, met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald. Daarbij zal verweerder steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Ook zal hij zo mogelijk moeten toelichten waarop de leeftijdsregistratie is gebaseerd. Als aan een leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal verweerder zich moeten laten informeren over de omstandigheden waaronder deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring, omdat deze in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn andere verklaringen. Verweerder zal steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd waarom hij doorslaggevend gewicht toekent aan de door eiser in Italië opgegeven geboortedatum van [datum 2] 2003. Verweerder heeft in dat verband kunnen overwegen dat eiser geen plausibele uitleg heeft gegeven voor de afwijkende geboortedatum in Italië. Eiser heeft tijdens het nader gehoor [7] namelijk verklaard dat hij niet meer weet welke geboortedatum hij heeft opgegeven in Italië en dat hij denkt dat hij dezelfde leeftijd heeft opgegeven als in Nederland. Verweerder mag van eiser verwachten dat hij daarover duidelijk kan verklaren. Deze verklaring is onvoldoende om de registratie van eisers geboortedatum in Italië te weerleggen. Eisers stelling dat hij in Italië in de opvang voor minderjarigen heeft gezeten heeft hij niet onderbouwd. Bovendien heeft verweerder ter zitting toegelicht dat hij deze verklaring niet volgt omdat opvangkampen waar minderjarigen verblijven streng worden bewaakt en eiser deze niet zomaar kan verlaten, terwijl eiser heeft verklaard dat hij slechts enkele dagen in Italië heeft verbleven. [8] Deze stelling van verweerder is door eiser niet betwist. Gelet hierop heeft verweerder geen ander onderzoek dan reeds verricht [9] in Italië hoeven uitvoeren. Verder heeft verweerder terecht overwogen dat eiser geen identificerende documenten heeft overgelegd waaruit de door hem gestelde geboortedatum blijkt. Niet in geschil is dat de door eiser overgelegde doopakte uit Eritrea niet een dergelijk document betreft. Het document is verder onderzocht door Bureau Documenten. De conclusie is dat gelet op beschikbaar vergelijkingsmateriaal geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid van dit document, noch over de opmaak en afgifte daarvan. Verder is opgemerkt dat een doopakte geen officieel bewijs van geboorte is. Daarnaast bevat de doopakte geen pasfoto van eiser. Verweerder heeft hiermee voldoende gemotiveerd waarom hij weinig bewijskracht toekent aan de doopakte. De beroepsgrond van eiser dat het voor minderjarigen erg moeilijk is om identificerende documenten aan te vragen slaagt niet nu verweerder niet heeft hoeven volgen dat eiser minderjarig is.
8. Het betoog van eiser ter zitting dat verweerder nader onderzoek had moeten verrichten naar een eventuele registratie van eiser bij de UNHCR, [10] omdat hij heeft verklaard in een vluchtelingenkamp te hebben verbleven in Ethiopië, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft tijdens het nader gehoor onvoldoende concreet verklaard over zijn gestelde verblijf in een vluchtelingkamp. Zo heeft eiser verklaard niet te weten van welke organisatie dit kamp eventueel was. Ook heeft eiser tijdens het gehoor maar ook ter zitting niets gemeld over de geboortedatum die hij daar zou hebben opgegeven. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het op de weg van eiser ligt om documenten, zoals een registratiebewijs van de UNHCR, te overleggen. Nu eiser dat heeft nagelaten, heeft verweerder geen nader onderzoek hoeven verrichten.
9. Verweerder heeft terecht in het bestreden besluit de geboortedatum [datum 2] 2003 opgenomen. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Immigratie- en Naturalisatiedienst.
2.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
3.Zie het arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens van 21 juli 2022, Darboe en Camara t. Italië, ECLI:CE:ECHR:0721JUD000579717, uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 6 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:15645, en zittingsplaats Roermond van 27 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9223.
4.Zie de rubriek ‘Vraag & Antwoord’ uit de A&MR 2024-7 “Hoe kan een AMV zich als minderjarige laten registreren als bij hem/haar een meerderjarige leeftijd is vastgesteld” paragraaf 2: "Twijfels over de leeftijdsschouw".
7.Pagina 18 van het verslag van het nader gehoor van 22 april 2024.
8.Pagina 18 van het verslag van het nader gehoor van 22 april 2024: “
9.Dat onderzoek bestaat uit het raadplegen van Eurodac en het op 20 oktober 2023 vragen van nadere inlichtingen op grond van artikel 34 van Pro de Verordening (EU) nr. 604/2013, dat heeft geleid tot de op 24 november 2023 door de Italiaanse autoriteiten verschafte informatie (‘resultaat onderzoek’).
10.United Nations High Commissioner for Refugees.