ECLI:NL:RBDHA:2025:8848
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit asielaanvraag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het terugkeerbesluit dat onderdeel is van de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Het verzoek betrof het schorsen van het terugkeerbesluit tot een week na de beslissing op het beroep.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting beoordeeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het onderliggende beroep waarop het verzoek betrekking heeft inmiddels is afgedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om schorsing als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 15 mei 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep is afgedaan.