ECLI:NL:RBDHA:2025:886
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De eiser, een Marokkaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 5 december 2024 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 23 januari 2025 zonder zitting.
De rechtbank heeft eerder op 18 december 2024 de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment getoetst en geoordeeld dat deze rechtmatig was. In dit vervolgberoep richt de toetsing zich op het voortduren van de maatregel na die datum. De eiser heeft aangevoerd dat het voortduren onrechtmatig is en in strijd met de wet, maar heeft dit niet onderbouwd en geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging van de minister terecht is gemaakt en dat er geen reden is om de maatregel op te heffen of te wijzigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.