ECLI:NL:RBDHA:2025:8922
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiser, met Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij onder dwang vingerafdrukken in Kroatië had moeten afgeven en dat de situatie in Kroatië, waaronder illegale pushbacks en ontoereikende opvang, een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro oplevert. Hij verzocht om nader onderzoek en individuele garanties, en om de aanvraag in Nederland te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden toegepast. Eiser heeft ook geen bijzondere individuele omstandigheden aangetoond die een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is genomen en wijst het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.