Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Eiser is een derdelander uit Oekraïne die een terugkeerbesluit kreeg opgelegd vóór 4 maart 2024.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van derdelanders met tijdelijk verblijf in Oekraïne vóór het uitbreken van de oorlog op 4 maart 2024 is geëindigd. Tot die datum mochten terugkeerbesluiten niet worden opgelegd.
De minister heeft desalniettemin vóór die datum een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser, wat in strijd is met de jurisprudentie van de Afdeling. Daarom oordeelt de rechtbank dat het beroep gegrond is en vernietigt het terugkeerbesluit.
De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 907,00. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 21 mei 2025.