ECLI:NL:RBDHA:2025:8941

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
NL24.7514
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging terugkeerbesluit derdelander Oekraïne wegens voortijdige oplegging

Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De minister had het besluit genomen vóór 4 maart 2024, terwijl volgens eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de tijdelijke bescherming voor derdelanders met tijdelijk verblijf in Oekraïne pas op die datum eindigde.

De Afdeling had geoordeeld dat de minister derdelanders die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk in Oekraïne verbleven, niet eerder dan 4 maart 2024 mocht verplichten Nederland te verlaten. Het terugkeerbesluit aan eiser is echter vóór deze datum opgelegd, waardoor het in strijd is met deze jurisprudentie.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het terugkeerbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 21 mei 2025.

Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7514

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister een terugkeerbesluit heeft opgelegd.
1.1
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In uitspraken van 23 april 2025 [2] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat de minister in 2023 de tijdelijke bescherming van zogenoemde derdelanders in Nederland die daarvóór een tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, eerder mocht beëindigen dan de tijdelijke bescherming van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met een permanent verblijf. De bescherming van derdelanders in Nederland die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, is geëindigd op 4 maart 2024. Dit betekent dat zij vanaf 4 maart 2024 geen recht hebben op verblijf in Nederland op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [3]
2.1.
In de aangehaalde uitspraken heeft de Afdeling ook geoordeeld dat de minister deze derdelanders vóór 4 maart 2024 niet mocht opdragen om de Europese Unie te verlaten door middel van het opleggen van een terugkeerbesluit.
3. In de situatie van eiser heeft de minister vóór 4 maart 2024 een terugkeerbesluit opgelegd. Gelet op het oordeel van de Afdeling in de hiervoor aangehaalde uitspraken is het beroep reeds om die reden gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het terugkeerbesluit wordt vernietigd.
5. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 907,00.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het aan eiser opgelegde terugkeerbesluit van 7 februari 2024;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.