ECLI:NL:RBDHA:2025:8941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit derdelander Oekraïne wegens voortijdige oplegging
Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De minister had het besluit genomen vóór 4 maart 2024, terwijl volgens eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de tijdelijke bescherming voor derdelanders met tijdelijk verblijf in Oekraïne pas op die datum eindigde.
De Afdeling had geoordeeld dat de minister derdelanders die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk in Oekraïne verbleven, niet eerder dan 4 maart 2024 mocht verplichten Nederland te verlaten. Het terugkeerbesluit aan eiser is echter vóór deze datum opgelegd, waardoor het in strijd is met deze jurisprudentie.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het terugkeerbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 21 mei 2025.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.