ECLI:NL:RBDHA:2025:8944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
NL23.30220
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:19 AwbRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging terugkeerbesluiten tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van eisers tegen terugkeerbesluiten opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De eisers zijn derdelanders die voor het uitbreken van de oorlog tijdelijk in Oekraïne verbleven en tijdelijk bescherming genoten in Nederland.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de tijdelijke bescherming voor deze groep derdelanders eindigde op 4 maart 2024 en dat terugkeerbesluiten voor die datum niet mochten worden opgelegd. De minister legde echter op 27 augustus 2023 een terugkeerbesluit op, dat later werd ingetrokken, waarna op 21 februari 2024 nieuwe terugkeerbesluiten werden genomen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de terugkeerbesluiten van 21 februari 2024 onrechtmatig zijn opgelegd vóór het einde van de tijdelijke bescherming. De terugkeerbesluiten worden vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevestigt de rechtsbescherming van derdelanders onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming, waarbij de minister gehouden is aan de door de Afdeling bestuursrechtspraak gestelde grenzen.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugkeerbesluiten van 21 februari 2024 en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30220

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] en [naam], V-nummers: [nummer] en [nummer] , eisers.
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister terugkeerbesluiten heeft opgelegd.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In de uitspraken van 23 april 2025 [2] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat de minister in 2023 de tijdelijke bescherming van zogenoemde derdelanders in Nederland die daarvóór een tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, eerder mocht beëindigen dan de tijdelijke bescherming van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met een permanent verblijf. De bescherming van derdelanders in Nederland die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, is geëindigd op
4 maart 2024. Dit betekent dat zij vanaf 4 maart 2024 geen recht hebben op verblijf in Nederland op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [3]
2.1.
In de aangehaalde uitspraken heeft de Afdeling ook geoordeeld dat de minister deze derdelanders vóór 4 maart 2024 niet mocht opdragen om de Europese Unie te verlaten door middel van het opleggen van een terugkeerbesluit.
3. In de situatie van eisers heeft de minister eerst op 27 augustus 2023 een terugkeerbesluit opgelegd. Eisers hebben op 22 september 2023 een beroepschrift ingediend. De minister heeft op 1 februari 2024 het bestreden besluit van 27 augustus 2023 ingetrokken. Vervolgens heeft zij op 21 februari 2024 nieuwe terugkeerbesluiten genomen. Het beroepschrift van eisers, aangevuld op 5 maart 2024, moet om die reden geacht worden gericht te zijn tegen de terugkeerbesluiten van 21 februari 2024. [4]
3.1.
Gelet op het oordeel van de Afdeling in de hiervoor aangehaalde uitspraken is het beroep reeds om die reden gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de terugkeerbesluiten wordt vernietigd.
5. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 907,00. [5] Beslissing
De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de aan eisers opgelegde terugkeerbesluiten van 21 februari 2024;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. J. Dijkstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
4.Artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
5.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.