ECLI:NL:RBDHA:2025:8959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn van haar asielprocedure te verlengen tot achttien maanden op grond van onderduiken. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak behandeld en het onderzoek geschorst om nadere informatie te verkrijgen over de uitreiking van de kennisgeving van overdracht.
De rechtbank oordeelde dat eiseres doelbewust buiten bereik van de autoriteiten is gebleven door niet mee te werken aan de overdracht, ondanks duidelijke instructies en meerdere pogingen van het COA om haar te informeren over de vluchtgegevens. Eiseres is op de dag voor de geplande overdracht zonder geldige reden vertrokken uit het asielzoekerscentrum en heeft zich pas na de overdracht weer gemeld.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres ondergedoken was en dat de verlenging van de overdrachtstermijn conform artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening is toegestaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.