ECLI:NL:RBDHA:2025:8964
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde zich afmelden. De minister gaf aan dat eiser op of omstreeks 3 maart 2025 Nederland met onbekende bestemming heeft verlaten (MOB). De rechtbank concludeert op basis van deze omstandigheden en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier K.F.K. Hoogbruin op 6 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser Nederland met onbekende bestemming heeft verlaten.