ECLI:NL:RBDHA:2025:8966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken bevestigd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn van zijn asielprocedure te verlengen tot 18 maanden op grond van onderduiken, zoals bepaald in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening.
De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens een vertrekgesprek op 30 januari 2025 was gewezen op zijn verplichtingen rondom de overdracht, waaronder het aanwezig zijn op zijn kamer op het COA-centum en het gereedstaan voor vervoer. Ondanks meerdere pogingen tot contact, waaronder e-mails, telefoontjes en bezoek van het COA, was eiser op het moment van overdracht niet aanwezig en heeft hij zich niet gemeld.
De rechtbank oordeelt dat dit gedrag kwalificeert als onderduiken, omdat eiser doelbewust buiten bereik van de autoriteiten bleef om de overdracht te frustreren. De verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden is daarom terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.